Delen met rest oefenen

Train delen met rest: hoe vaak past de deler er helemaal in, en wat blijft er over?

Oefensessie

Wat je oefent

Bij elke opgave vraag je naar het quotiënt (hoe vaak past de deler er helemaal in) of naar de rest (wat blijft er over). Na een fout zie je of je de cijfers achter de komma als rest nam, een rest gaf die te groot is, naar boven afrondde of quotiënt en rest verwisselde.

  • Quotiënt: het aantal hele keren.
  • Rest: deeltal − deler × quotiënt, altijd kleiner dan de deler.

Niveaus en moeilijkheid

Niveau 1 gebruikt delers van 2 tot 5 en getallen onder de 50. De getallen worden groter per niveau, tot delers van 11 tot 25 en getallen onder de 1000 op niveau 4. Toets-modus: een timer, geen hints en één samenvatting aan het eind.

Voorbeeld

Wat is de rest als je 100 deelt door 7?

  1. Hoe vaak past 7 in 100: 14 keer.
  2. Rest: 100 − 7 × 14 = 2.
  3. Check: 7 × 14 + 2 = 100.

Antwoord: 2. Met de gewone rekenmachine krijg je 14,28…, maar die 28 is geen rest.

Wat moet ik kennen

Delen met rest staat niet als apart onderdeel in de syllabi 2027 die we hebben nagekeken (vmbo en wiskunde B havo/vwo). Het hoort bij de basisvaardigheden die je daar nodig hebt, zoals de GGD berekenen.

Formulekaart

Printvriendelijk — gebruik Afdrukken in de browser.

  • Delen met rest deeltal=deler×quotiënt+rest

Oefen ook met echte examenopgaven op Examenblad.nl. We hosten geen oude examens.

Veelgestelde vragen

Waarom is 17 ÷ 5 = 3,4 niet hetzelfde als 3 rest 4?

De 4 in 3,4 betekent 4 tienden. Bij delen met rest blijft er 17 − 5 × 3 = 2 over, dus 3 rest 2.

Kan de rest groter zijn dan de deler?

Nee. Is wat overblijft even groot of groter dan de deler, dan past de deler er nog een keer in.