vmbo havo vwo

Getallen en verhoudingen

Wat hoort hier

Getallen en verhoudingen is rekenen zonder x: hoeveel van het geheel, hoe een breuk werkt, wat twee hele getallen gemeen hebben, en hoe 1 : n op een kaart past. Vier tools: percentage, breuken, GGD/KGV en schaal.

In welke volgorde bouw je dit op?

  1. Percentage: deel van een geheel, of omgekeerd
  2. Breuken: dezelfde verhouding, andere notatie
  3. GGD en KGV: vereenvoudigen en gemeenschappelijke noemer
  4. Schaal: verhouding op een kaart, 1 : n

Begin bij percentage als de som over “deel van”, korting, cijfer of BTW gaat (15 van 60 is 25%). Ga naar breuken als teller en noemer in beeld zijn: optellen met gelijke noemers, vereenvoudigen met de GGD. Die GGD (en de KGV voor de kleinste gemeenschappelijke noemer) staat apart op GGD en KGV. Kies schaal alleen bij 1 : n op plattegrond of kaart — dat is geen percentage.

Welke tool kies je?

Korte keuzehulp
Je ziet in de som… Open
%, korting, cijfer, BTW, “deel van” Percentage berekenen
Teller/noemer, +, −, ×, ÷ of vereenvoudigen Breuken berekenen
Twee hele getallen, GGD of KGV gevraagd GGD en KGV
Kaart, plattegrond, 1 : n Schaal berekenen

Wat je per niveau tegenkomt

Op deze hub: welke getallen-tool past bij welk type som. Geen aparte examenregels hier; het actuele programma staat op Examenblad.

Op vmbo: korting en cijfer (percentage), pizza in stukken (breuken), “wat past in beide” (GGD), klasplattegrond 1 : 50 of 1 : 100 (schaal). Reken eerst met dezelfde eenheid; 4 cm × 50 = 200 cm, reken pas aan het eind om naar meters.

Tools

Onderwerpen per niveau