vmbo havo vwo

Algebra

Wat hoort hier

Algebra is rekenen met letters: je zoekt x (en soms y) in een vergelijking. Drie tools: lineaire vergelijking, stelsel van twee vergelijkingen, en kwadratisch met de ABC-formule.

In welke volgorde bouw je dit op?

  1. Lineair: één onbekende, balansmethode
  2. Stelsel: twee onbekenden, twee vergelijkingen
  3. ABC: kwadratisch, discriminant en wortels

Begin bij lineaire vergelijking: ax + b = c of met x aan beide kanten. Als a = 0 verdwijnt de x-term; dan is er geen unieke x meer. Een stelsel is twee van die lijnen tegelijk: snijpunt, evenwijdig (geen oplossing) of samenvallend (oneindig veel). De ABC-formule komt daarna: ax² + bx + c = 0 met a ≠ 0. Als a = 0 val je terug op lineair — de tool zegt dat ook.

Welke tool kies je?

Korte keuzehulp
Je ziet in de som… Open
Eén onbekende, geen x² (bijv. 2x + 3 = 11) Lineaire vergelijking oplossen
Twee vergelijkingen met x en y Stelsels van vergelijkingen
x², of ax² + bx + c = 0 ABC-formule

Twijfel tussen lineair en kwadratisch: kijk of er een x² staat. Twijfel tussen één vergelijking en een stelsel: tel de onbekenden en de vergelijkingen.

Wat je per niveau tegenkomt

Op deze hub: welke algebra-tool past bij welk type som. Het actuele examenprogramma staat op Examenblad.

Op vmbo is algebra vooral de balansmethode: dezelfde bewerking links en rechts. Typisch: 2x + 3 = 11 → x = 4. Negatieve getallen en decimalen mogen. Kwadratische vergelijkingen en stelsels horen hier niet tot de kern van deze tools; begin bij lineair.

Tools

Onderwerpen per niveau