vmbo kader en gthavovwo

Exponentiële groei

Na deze simulatie kun je uitleggen waarom groeien met een vast percentage iets anders is dan groeien met een vast bedrag, en wat de verdubbelingstijd zegt.

Simulatie

Niveau
Modus
Exponentiële groei N = 100 · 1,05ᵗ en de lijn 100 + 5 · t Grafiek met de jaren op de horizontale as. De kromme is de exponentiële groei, de rechte lijn groeit elk jaar met hetzelfde bedrag, de stippen staan bij 10 jaar. 200 400 600 800 5 10 15 20 jaar kromme: % per jaar lijn: vast bedrag erbij
N=B·gt

Start: B = 100, 5% per jaar → g = 1,05. Na 10 jaar: 100 · 1,05^10 = 162,89.

Beginwaarde B
Groeipercentage per jaar
Lijn: d erbij per jaar
Wat zie je? Groeifactor g = 1 + 5 ÷ 100 = 1,05. Na 10 jaar: exponentieel 162,89, lineair 150,00.

Uitleg

Bij exponentiële groei vermenigvuldig je elke periode met dezelfde groeifactor g. Bij 5% groei is g = 1 + 5 ÷ 100 = 1,05, bij 20% afname is g = 1 − 0,20 = 0,80. Na t perioden is de hoeveelheid N = B · gᵗ, met B de beginwaarde. Bij lineaire groei komt er elke periode hetzelfde bedrag bij: B + d · t. In de simulatie staan ze naast elkaar.

Zet in de simulatie 10% groei en een lijn die er elk jaar 10 bij krijgt, allebei vanaf 100. Na één jaar zijn ze gelijk: 110. Daarna gaat 10% over een steeds groter bedrag, terwijl de lijn er steeds 10 bij krijgt. Na 10 jaar is het verschil groot: 100 · 1,1^10 = 259,37 tegen 100 + 10 · 10 = 200. Hoe langer je kijkt, hoe sneller de kromme van de lijn wegloopt.

De verdubbelingstijd

De stippellijn in de grafiek staat bij de verdubbelingstijd: de tijd waarin de hoeveelheid twee keer zo groot wordt. Die vind je uit gᵀ = 2, dus T = log(2) ÷ log(g). Bij 10% groei is dat log(2) ÷ log(1,1) = 7,27 jaar. Verander je alleen de beginwaarde, dan schuift de stippellijn niet op: de beginwaarde komt in gᵀ = 2 niet voor. Bij afname zoek je de halveringstijd uit gᵀ = 0,5.

Voorbeelden per niveau

  • vmbo: je zet € 500 op een spaarrekening met 3% rente per jaar. De groeifactor is 1,03. Na 4 jaar heb je 500 · 1,03^4 = 562,75 euro.
  • havo: een bevolking groeit met 4% per jaar. De verdubbelingstijd is log(2) ÷ log(1,04) = 17,67 jaar, hoe groot de bevolking ook is.
  • vwo: van een medicijn wordt elk uur 15% afgebroken, dus g = 0,85. De halveringstijd is log(0,5) ÷ log(0,85) = 4,27 uur.

Rekenen met stappen doe je op exponentiële groei berekenen.

Opdrachten

Kies boven de grafiek de modus Opdrachten.

  1. Maak de groeifactor 1,25.
  2. Maak een afname van 20% per jaar.
  3. Kies een groeipercentage waarbij de hoeveelheid in ongeveer 7 jaar verdubbelt.
  4. Zet B = 100 en 10% groei. Kies d zo dat de rechte lijn na 10 jaar even hoog uitkomt als de kromme.

Veelgemaakte fouten

Fout

10% per jaar behandelen als 10 per jaar.

Goed

Een percentage gaat elk jaar over het nieuwe bedrag. Je vermenigvuldigt met de groeifactor, je telt niet steeds hetzelfde op.

Fout

Bij 4% groei de groeifactor 0,04 gebruiken.

Goed

De groeifactor is 1 + 0,04 = 1,04. Met 0,04 hou je bijna niets over.

Formulekaart

Printvriendelijk — gebruik Afdrukken in de browser.

  • Exponentiële groei N=B·gt
  • Groeifactor bij p% g=1+p100
  • Verdubbelingstijd T=log(2)log(g)

Wat moet ik kennen

Domeinkoppeling CE-syllabus 2027 · geen volledige examenlijst.

vmbo kader en gt · wiskunde · WI/K/4 (4.1)

Algebraïsche verbanden, onderdeel exponentiële verbanden · bron syllabus wiskunde vmbo 2027 (Examenblad)

havo · wiskunde A · subdomein C5

Verbanden, onderdeel exponentiële verbanden · bron syllabus wiskunde A havo 2027 (Examenblad)

havo · wiskunde B · subdomein B1

Functies, grafieken en vergelijkingen, onderdeel exponentiële functies · bron syllabus wiskunde B havo 2027 (Examenblad)

vwo · wiskunde A · subdomein C1

Verbanden, onderdeel standaardfuncties · bron syllabus wiskunde A vwo 2027 (Examenblad)

vwo · wiskunde B · subdomein B2

Functies, grafieken en vergelijkingen, onderdeel exponentiële functies · bron syllabus wiskunde B vwo 2027 (Examenblad)

Test jezelf

Oefen met exponentiële groei oefenen.

Reken het uit

Exponentiële groei berekenen met stappen

Vragen

Wat is het verschil tussen lineaire en exponentiële groei?

Bij lineaire groei komt er elke periode hetzelfde bedrag bij. Bij exponentiële groei vermenigvuldig je elke periode met dezelfde groeifactor, dus het bedrag dat erbij komt wordt steeds groter.

Hangt de verdubbelingstijd af van de beginwaarde?

Nee. De verdubbelingstijd volgt uit gᵀ = 2 en hangt dus alleen van de groeifactor af.